Metafysica
Inhoud |
Vakbeschrijving
http://www.kuleuven.be/onderwijs/aanbod/syllabi/W0AB2AN.htm Wordt gegeven door prof. Moors, en niet meer door prof. Verhack.
Studiemateriaal
De cursusdienst levert de cursus van Moors, en ook soms teksten voor het werkcollege.
Opinies
“In dat geval heeft u een semester Descartes, Kant en Heidegger voor de boeg uitgelegd door een bolleke van een prof.”
“Eén minpuntje: zijn syllabus (als die nog steeds dezelfde is) is vrij verschrikkelijk. Maar dat wordt gecompenseerd door het feit dat je de vragen voor het examen op voorhand krijgt.”
“Tijdens de werkcolleges wordt een tekst gekozen door Moors helemaal door de studenten uitgespit, waarbij Moors altijd klaar staat met wat hulp als je het vraagt, maar je mag zo in een tekst ploeteren, dat hij op het einde van het semester ook helemaal duidelijk is. (Dat was voor mij toch het geval).”
“Voor het examen kregen wij vijf vragen waar je een antwoord van twee bladzijden bij moest typen. Moors koos dan een vraag, las deze snel door en duidde een vijftal begrippen aan die je dan mondeling moest uitleggen (hiervoor kreeg je voorbereidingstijd). Hij was uitermate vriendelijk op het examen, zoals steeds.”
Examenvragen
Examenvragen 2009-2010
- Bespreek resp. bij Descartes, Kant en Heidegger welk probleemgegeven telkens aan de basis ligt van hun ontologie.
- Leg uit hoe Descartes a) de godsidee in zijn systeem heeft "gefunctionaliseerd"; b) de kritiek van de psychoanalyse op het cogito te boven komt.
- Is Kants Erscheinungsontologie te interpreteren als kritische gestalte van onto-theo-logie?
- Leg uit hoe de ontologische vraagstelling naar het zijn bij Kant radicaal werd "geidealiseerd" en "gefenomenaliseerd". Is er bij hem nog een toegang tot de noumenale wereld boven de tijd-ruimtelijke ervaring uit?
- Heidegger kondigt in Sein und Zeit een vernieuwing aan van de vraag naar de zin van zijn. Waarin heeft deze vernieuwing bestaan? Waartoe heeft zij geleid?
Examenvragen 2006-2007
- De zijnsvraag wordt in de moderniteit aan de orde gesteld op grond van een subjectiviteitsfundament. Leg uit en illustreer.
- Welke rol speelt het godsbegrip in de kennisleer en ontologie (Erkenntnismetaphysik) bij Descartes? Welk probleem ligt aan de basis van zijn eerste godsbewijs?
- Bespreek uitvoerig hoe Kant zijn transcendentaalfilosofie uit de KrV propedeutisch belangrijk vindt voor de opbouw van een metafysica van de vrijheid.
- Is Kants Erscheinungsontologie te interpreteren als kritische gestalte van onto-theo-logie? Waarom is er nog een godsidee nodig in zijn theoretische filosofie?
- Wat weet ge over de noodzakelijkheid, structuur en voorrang van de zijnsvraag bij Heidegger (in SZ), over de voorrang van het Dasein als het Befragte, en tenslotte over Heideggers Kehre?
Vroegere vragen over Heidegger van prof. Verhack
- Welke kenmerken van ons menselijk bestaan laten ons toe te stellen dat een mens een wezen is dat bekwaam is om te transcenderen?
- In welke zin reikt het zijnsdenken van Heidegger ons een manier aan om de vraag naar de hogere ‘inspiratie’ van de mens op een nieuwe wijze op te vatten en te denken. (Waarom was dat een probleem geworden?.
- Leg uit: in de metafysica moeten wij uitgaan van de vraag wat het betekent als mens onder de roep van het zijn te staan.
- Wat is metafysica als onto-theo-logie? Heeft Heidegger met zijn kritiek aan de geschiedenis van de metafysica in alle opzichten recht gedaan?
- De metafysische vraag luidt dikwijls als volgt: “waarom is er iets en niet eerder niets?”
- Welke is de nieuwe betekenis door Heidegger aan deze vraag gegeven?
- Wat bedoelt Lacoste wanneer hij zegt dag dit “onze” vraag is?
- Hoe neemt deze vraag daardoor een nieuwe betekenis aan?
- Leg uit : het zijn van de mens is niet van substantiële aard. Het is een mogelijk-zijn dat aan structurerende voorwaarden gebonden is. Welke?
- Welke is de dubbele gelaagdheid in de lectuur van ons zijn als mogelijk-zijn (Heideggeriaanse versus "thomistische" lezing)? Waarom is deze dubbele lectuur noodzakelijk?
- Welke is de band tussen ons spreken over de "oneindigheidszin" van het zijn en het wezen van het menselijk verlangen?
- Leg uit: het verlangen is de ‘echo’ van de oneindigheidszin van het zijn in ons. En : wij zijn opgenomen in de inspiratie die in de eerste plaats die is van het zijn in ons (boek, p. 86). Hoe kan of mag die oneindigheidszin hier begrepen worden?
- Waardoor wordt het onderscheid bepaald tussen individu en subject?
- Bespreek in de idee van ‘mogelijkheid’ het aspect ‘appel’ en het aspect ‘refiguratie’. Hoe hangen beide aspecten onderling samen? Besteed aandacht aan de scala van gevoelens en emoties waarmee voorstellingen van menselijke mogelijkheid geladen kunnen zijn. Een mogelijkheid appelleert aan de wil: bespreek het onderscheid tussen inscriptie en momentum. Bespreek de band tussen refiguratie, gerichtheid op Nieuwheid en re-generatie.
- Bespreek in de idee van ‘mogelijkheid’ het aspect ‘vervolmaakbaarheid’ en ‘risico’. In welke zin brengt ‘vervolmaakbaarheid’ de kwestie van de ‘teleologie in de werkelijkheid’ opnieuw ter sprake? Hoe vormt het risico eigen aan menselijke creativiteit een illustratie van wat wij de mens als een ‘midden’ hebben genoemd?
- Bespreek in de idee van ‘mogelijkheid’ de band tussen mogelijkheid en ideaal. Toon aan dat wij mensen in een bijzondere verhouding staan tot het aspect ‘idealiteit’ in het zijn, om te beginnen in wat wij ‘innerlijke aanschouwing’ noemen.
- Wat kan of mag er onder een ‘mystieke’ godsbevestiging verstaan worden? In welke zin verschilt die van een klassieke bevestiging van ‘god als hoogste zijnde’?